Voorkomen van ziekte

In 2012 streefden we ernaar om bij al onze programma’s voor basisgezondheidszorg vrouwen in de vruchtbare leeftijd en kinderen onder de 5 jaar te vaccineren. Gedurende het jaar voerden we routinevaccinaties uit in 76 procent (26) van onze projecten voor basisgezondheidszorg. We volgden daarbij de vaccinatieprogramma’s van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In totaal hebben onze teams in 2012 meer dan 580.000 vaccinaties verzorgd tijdens reguliere vaccinatieprogramma’s en programma’s als reactie op uitbraken van ziekten.

Bij veel projecten van Artsen zonder Grenzen komen ziekten voor die door middel van vaccinatie zijn te voorkomen. Daaronder vallen tetanus, longontsteking, hepatitis B en polio. Er vinden uitbraken plaats van ziekten zoals mazelen, hersenvliesontsteking of kinkhoest. Veel van deze ziekten zijn nog altijd onbehandelbaar. Daarom is vaccinatie een onmisbaar onderdeel van de noodhulp van Artsen zonder Grenzen. Vaccinatie is in deze gevallen de enige manier om patiënten te beschermen en het sterftecijfer te verlagen. Daarnaast wordt hiermee voorkomen dat mensen ziek worden en moeten worden behandeld, waardoor dit niet alleen de beste optie is vanuit menselijk oogpunt, maar ook de meest effectieve in termen van medische kosten.

Kinderen en zwangere vrouwen

In 2012 hebben onze teams in totaal meer dan 98.470 kinderen gevaccineerd tegen de mazelen, 130.089 kinderen gevaccineerd tegen polio en 106.502 kinderen een difterie/kinkhoest/tetanus-vaccinatie of een of een vaccin met vijfvoudige werking gegeven. Dat laatstgenoemde vaccin biedt bescherming tegen difterie, tetanus, polio, Haemophilus influenzae type b en hepatitis B. Het aantal baby’s dat we binnen 24 uur na de geboorte hebben ingeënt tegen hepatitis B is gestegen naar 2.964. Daarnaast hebben we 106.352 mensen ingeënt tegen tetanus, waarvan 84.996 zwangere vrouwen.

Vaccinatieperiode

Een van onze prioriteiten op het gebied van vaccinatie is om niet alleen baby’s routinematig te vaccineren, maar ook kinderen ouder dan 1 jaar. Volgens de vaccinatievoorschriften van veel landen mogen kinderen ouder dan 1 jaar niet worden gevaccineerd. Vaccineren tegen mazelen en gele koorts kan echter pas na 9 maanden. Dit betekent dus een vaccinatieperiode van 3 maanden, wat in sommige projectlanden te kort is. In de regentijd kunnen wegen onbegaanbaar worden, zodat onze vaccinatieteams mensen soms pas na maanden kunnen bereiken. Dan is het voor veel kinderen al te laat om te worden gevaccineerd, met alle gevaren voor hun gezondheid van dien. In 2012 hebben we bij onze projecten meer kinderen na hun eerste jaar gevaccineerd. Het komt helaas nog veel voor dat mensen de afspraken voor vaccinaties niet nakomen. In de loop van 2012 heeft een vaccinatie-expert 7 projecten bezocht om medewerkers te trainen. Daarbij ging het om strategieën die bevorderen dat mensen zich beter aan hun afspraken houden en training in het beter uitvoeren van een vaccinatiecampagne. Ook heeft de expert mensen getraind in het zoeken naar lokale oplossingen om de kwaliteit van onze programma’s te verbeteren.

Stijgende kosten

Onze voornaamste zorg met betrekking tot vaccinatie zijn de stijgende kosten voor kindervaccinaties. Naarmate er meer vaccins door de WHO worden aanbevolen voor opname in het reguliere kindervaccinatieprogramma, is het mogelijk dat die reguliere programma’s voor veel landen onbetaalbaar worden. Dat is een direct gevaar voor de volksgezondheid. In 2012 is in het kader van onze campagne ‘Recht op onmisbare medicijnen’ een rapport opgesteld over deze kwestie, dat in januari 2013 is gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de WHO.

Pneumokokkenvaccin

In 2012 hebben wij 10.280 mensen tegen pneumokokken gevaccineerd in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Ethiopië en de Democratische Republiek Congo. Pneumokokken zijn de voornaamste veroorzaker van bacteriële longontsteking en een belangrijke veroorzaker van hersenvliesontsteking bij alle leeftijdsgroepen. In andere landen hebben we echter geen pneumokokkenvaccin kunnen gebruiken bij onze reguliere vaccinatieactiviteiten, omdat dit voor veel landelijke reguliere kindervaccinatieprogramma’s nog niet is erkend.

Vaccinatie tegen cholera

In 2012 hebben we voor het eerst een preventieve grootschalige vaccinatiecampagne tegen cholera opgezet en uitgevoerd. Deze campagne, die duurde tot februari 2013, is gehouden in Zuid-Sudan en bereikte 78.613 mensen.

De grootste vaccinatiecampagne van Artsen zonder Grenzen van 2012 is uitgevoerd in Tsjaad, waar 137.156 mensen zijn ingeënt tegen hersenvliesontsteking.

Plannen voor 2013

In 2013 zullen we een preventieve campagne tegen hersenvliesontsteking uitvoeren die oorspronkelijk gepland stond voor 2012. Daarbij zullen we het nieuwe MenAfriVac-vaccin gebruiken, dat 10 jaar bescherming biedt. We verwachten in 2013 geen grote uitbraken van hersenvliesontsteking, dankzij de verspreiding gedurende de laatste jaren van het meningitis A-vaccin in de zogenaamde ‘meningitisgordel’, die zich uitstrekt over een aantal Afrikaanse landen. Daarnaast zijn we van plan om in 2013 routinematige kindervaccinatie onderdeel te maken van een aantal gespecialiseerde programma’s (bijvoorbeeld voedingsprogramma’s) om de vaccinatiedekking in onze projectgebieden te verbeteren.

Na jaren van onderhandeling hebben we eindelijk toestemming gekregen om kinderen in Zuid-Sudan te vaccineren met het vaccin met vijfvoudige werking en het pneumokokkenvaccin. We zullen ons blijven inspannen om steeds meer baby’s bij de geboorte te vaccineren tegen hepatitis B.